2 Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;3 Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;
publicidade
2 Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;3 Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;